Videokaarten veel duurder in 2026 door DDR5- en VRAM-schaarste
Angel D.Share
De pc-markt komt, maar niet tot rust. Na de explosieve prijsstijgingen van DDR5-werkgeheugen zijn nu ook videokaarten massaal duurder geworden. Vooral high-end GPU’s van Nvidia schieten door het dak, maar ook AMD ontkomt niet aan de prijsdruk. Uit data van de Tweakers Pricewatch blijkt dat VRAM een steeds grotere rol speelt in de verkoopprijs van moderne videokaarten.
En dat is slecht nieuws voor gamers, creators én iedereen die een nieuwe pc wil samenstellen.
Nvidia RTX 5090: het toonbeeld van de prijschaos
De grootste stijger van dit moment is zonder twijfel de Nvidia RTX 5090 Founders Edition. In december 2025 lag de gemiddelde prijs nog rond de 3000 euro. Begin februari 2026 betaal je daar inmiddels ruim 4100 euro voor. Dat is een stijging van bijna 37 procent in enkele maanden tijd.
En de RTX 5090 staat niet alleen. Ook andere RTX 50-series kaarten zijn duidelijk duurder geworden. Wat daarbij opvalt:
- Kaarten met 16GB of meer VRAM stijgen het hardst
- Modellen met 8GB VRAM blijven relatief stabieler
- Instapmodellen zoals de RTX 5060 en RTX 5070 worden minder hard geraakt
De hoeveelheid videogeheugen blijkt dus een cruciale factor in de huidige prijsontwikkeling.
De link met DDR5 en GDDR7-geheugen
De parallellen met de DDR5-markt zijn duidelijk. Werkgeheugen is al maanden schaars en duur, en die schaarste treft nu ook GDDR7, het videogeheugen dat Nvidia gebruikt in zijn nieuwste GPU’s.
Een simpele rekensom:
- Een RTX 5060 met 8GB VRAM gebruikt relatief weinig duur geheugen
- Een RTX 5090 met 32GB VRAM bestaat voor een aanzienlijk deel uit peperduur geheugen
Hoe meer VRAM, hoe harder de prijsstijging doorwerkt in de uiteindelijke verkoopprijs.
AMD-videokaarten stijgen mee, maar minder extreem
Ook AMD Radeon RX 9000-series videokaarten zijn duurder geworden, al blijft de stijging hier meestal onder de 20 procent.
Voorbeeld:
- De RX 9070 XT kost nu gemiddeld rond de 800 euro
- Twee maanden geleden lag dat nog rond de 700 euro
- Een stijging van ongeveer 15 procent
Opvallend is dat juist de RX 9060 XT 16GB relatief hard in prijs stijgt. Net als bij Nvidia geldt hier: het grotere geheugenpakket vormt een groter deel van de totale kostprijs, waardoor prijsschommelingen extra hard aankomen.
8GB vs 16GB: VRAM maakt het verschil
Wanneer je de dagelijkse gemiddelde prijzen bekijkt van:
- RTX 5060 Ti (8GB vs 16GB)
- RX 9060 XT (8GB vs 16GB)
zie je een duidelijk patroon:
- 16GB-modellen sinds januari 2026 fors
- 8GB-modellen blijven veel vlakker
Vooral de RTX 5060 Ti 16GB is in korte tijd aanzienlijk duurder geworden. Dit onderstreept hoe groot de invloed van VRAM-prijzen momenteel is op de GPU-markt.
Minder leveringen en het stoppen van Nvidia OPP
De prijsstijgingen komen niet alleen door duur geheugen. Er spelen meerdere factoren:
Nvidia stopt met OPP
Nvidia is gestopt met het OPP-programma (Official Price Protection). Onder dit systeem kregen videokaartfabrikanten rebates als zij hun kaarten voor de adviesprijs verkochten.
Dat programma is nu geschrapt. Gevolg:
- Fabrikanten krijgen geen prijssteun meer
- Adviesprijzen zijn in de praktijk niet meer haalbaar
- Winkelprijzen lopen sneller op
Allocatie en beperkte voorraad
Daarnaast is er sprake van allocatie:
- ASUS, MSI en Gigabyte krijgen minder GPU’s geleverd
- Beschikbare voorraad wordt vooraf verdeeld over winkels
- Vraag is groter dan het aanbod
Bij AMD lijken de leveringsproblemen iets minder groot, maar ook daar grijpt de fabrikant (nog) niet in met rebates of prijssteun.
Gaan videokaartprijzen in 2026 weer dalen?
Op korte termijn ziet het er niet rooskleurig uit. De wereldwijde geheugenschaarste houdt aan, mede doordat:
- Datacenters
- AI-systemen
- Cloudinfrastructuren
het merendeel van het beschikbare geheugen opslokken.
Zolang die vraag blijft groeien, blijft ook de druk op DDR5- en GDDR-prijzen bestaan. En daarmee ook op videokaarten.
Conclusie: pc-markt blijft onrustig
Waar eerst DDR5 het probleem was, zijn nu ook GPU-prijzen volledig ontspoord. Vooral Nvidia’s high-end kaarten en modellen met veel VRAM zijn flink duurder geworden. AMD volgt, zij het iets gematigder.
Voor consumenten betekent dit:
- Minder waar voor je geld
- Hogere instapprijzen
- En weinig zicht op snelle verbetering
De chaos op de pc-markt lijkt voorlopig eerder toe te nemen dan af te nemen.